Dutch
Dutch words
0 learning0 familiar0 known0 mastered 554 new
554 shown
- hallo / hoi hello, hi A1 · Hallo!
- dag bye, hello A1 · Hallo!
- doei bye A1 · Hallo!
- goedemorgen good morning A1 · Hallo!
- goedemiddag good afternoon A1 · Hallo!
- goedenavond good evening A1 · Hallo!
- welterusten good night A1 · Hallo!
- tot ziens goodbye, see you A1 · Hallo!
- tot straks see you later (today) A1 · Hallo!
- alsjeblieft please, here you are A1 · Hallo!
- dank je wel / dankjewel thank you (very much) A1 · Hallo!
- bedankt thanks A1 · Hallo!
- graag gedaan you're welcome A1 · Hallo!
- ja yes A1 · Hallo!
- nee no A1 · Hallo!
- sorry sorry A1 · Hallo!
- pardon excuse me A1 · Hallo!
- ik I A1 · Wie ben jij?
- jij / je you (informal) A1 · Wie ben jij?
- u you (formal) A1 · Wie ben jij?
- hij he A1 · Wie ben jij?
- zij / ze she, they A1 · Wie ben jij?
- wij / we we A1 · Wie ben jij?
- jullie you (plural) A1 · Wie ben jij?
- de naam the name A1 · Wie ben jij?
- heten to be called A1 · Wie ben jij?
- komen uit to come from A1 · Wie ben jij?
- wonen to live (somewhere) A1 · Wie ben jij?
- Nederland the Netherlands A1 · Wie ben jij?
- België Belgium A1 · Wie ben jij?
- Nederlands Dutch (language) A1 · Wie ben jij?
- Engels English (language) A1 · Wie ben jij?
- nul zero A1 · Getallen
- een / één one A1 · Getallen
- twee two A1 · Getallen
- drie three A1 · Getallen
- vier four A1 · Getallen
- vijf five A1 · Getallen
- zes six A1 · Getallen
- zeven seven A1 · Getallen
- acht eight A1 · Getallen
- negen nine A1 · Getallen
- tien ten A1 · Getallen
- elf eleven A1 · Getallen
- twaalf twelve A1 · Getallen
- twintig twenty A1 · Getallen
- dertig thirty A1 · Getallen
- veertig forty A1 · Getallen
- vijftig fifty A1 · Getallen
- honderd hundred A1 · Getallen
- oud old A1 · Getallen
- de familie the (extended) family A1 · De familie
- het gezin the family (household) A1 · De familie
- de moeder the mother A1 · De familie
- de vader the father A1 · De familie
- de ouders the parents A1 · De familie
- de zus the sister A1 · De familie
- de broer the brother A1 · De familie
- het kind the child A1 · De familie
- de kinderen the children A1 · De familie
- de zoon the son A1 · De familie
- de dochter the daughter A1 · De familie
- de oma the grandma A1 · De familie
- de opa the grandpa A1 · De familie
- de man the man, the husband A1 · De familie
- de vrouw the woman, the wife A1 · De familie
- het meisje the girl A1 · De familie
- de jongen the boy A1 · De familie
- getrouwd married A1 · De familie
- eten to eat A1 · Eten en drinken
- drinken to drink A1 · Eten en drinken
- het brood the bread A1 · Eten en drinken
- de kaas the cheese A1 · Eten en drinken
- de boter the butter A1 · Eten en drinken
- het ei the egg A1 · Eten en drinken
- de appel the apple A1 · Eten en drinken
- het water the water A1 · Eten en drinken
- de koffie the coffee A1 · Eten en drinken
- de thee the tea A1 · Eten en drinken
- de melk the milk A1 · Eten en drinken
- het bier the beer A1 · Eten en drinken
- de hagelslag chocolate sprinkles A1 · Eten en drinken
- het ontbijt the breakfast A1 · Eten en drinken
- de lunch the lunch A1 · Eten en drinken
- het avondeten the dinner A1 · Eten en drinken
- lekker tasty, nice A1 · Eten en drinken
- de honger hunger A1 · Eten en drinken
- de dorst thirst A1 · Eten en drinken
- wie who A1 · Vragen stellen
- wat what A1 · Vragen stellen
- waar where A1 · Vragen stellen
- wanneer when A1 · Vragen stellen
- waarom why A1 · Vragen stellen
- hoe how A1 · Vragen stellen
- hoeveel how much, how many A1 · Vragen stellen
- welke which A1 · Vragen stellen
- omdat because A1 · Vragen stellen
- hier here A1 · Vragen stellen
- daar there A1 · Vragen stellen
- nu now A1 · Vragen stellen
- vandaag today A1 · Vragen stellen
- morgen tomorrow, morning A1 · Vragen stellen
- maandag Monday A1 · Dagen en tijd
- dinsdag Tuesday A1 · Dagen en tijd
- woensdag Wednesday A1 · Dagen en tijd
- donderdag Thursday A1 · Dagen en tijd
- vrijdag Friday A1 · Dagen en tijd
- zaterdag Saturday A1 · Dagen en tijd
- zondag Sunday A1 · Dagen en tijd
- het weekend the weekend A1 · Dagen en tijd
- de week the week A1 · Dagen en tijd
- de maand the month A1 · Dagen en tijd
- het jaar the year A1 · Dagen en tijd
- het uur the hour, o'clock A1 · Dagen en tijd
- de minuut the minute A1 · Dagen en tijd
- het kwartier the quarter of an hour A1 · Dagen en tijd
- half half A1 · Dagen en tijd
- gisteren yesterday A1 · Dagen en tijd
- vroeg early A1 · Dagen en tijd
- laat late A1 · Dagen en tijd
- de stad the city A1 · In de stad
- de straat the street A1 · In de stad
- het station the station A1 · In de stad
- de winkel the shop A1 · In de stad
- de supermarkt the supermarket A1 · In de stad
- de bakker the baker A1 · In de stad
- de bank the bank, the couch A1 · In de stad
- het plein the square A1 · In de stad
- de brug the bridge A1 · In de stad
- de gracht the canal A1 · In de stad
- de fiets the bicycle A1 · In de stad
- links left A1 · In de stad
- rechts right A1 · In de stad
- rechtdoor straight on A1 · In de stad
- ver far A1 · In de stad
- dichtbij close by A1 · In de stad
- de hoek the corner A1 · In de stad
- rood red A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- blauw blue A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- geel yellow A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- groen green A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- zwart black A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- wit white A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- oranje orange A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- grijs grey A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- bruin brown A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- roze pink A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- groot big A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- klein small A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- mooi beautiful A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- lelijk ugly A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- nieuw new A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- duur expensive A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- goedkoop cheap A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- leuk nice, fun A1 · Kleuren en bijvoeglijke naamwoorden
- opstaan to get up A2 · Mijn dag
- wakker worden to wake up A2 · Mijn dag
- zich wassen to wash (yourself) A2 · Mijn dag
- zich aankleden to get dressed A2 · Mijn dag
- ontbijten to have breakfast A2 · Mijn dag
- vertrekken to leave A2 · Mijn dag
- aankomen to arrive A2 · Mijn dag
- opbellen to call (on the phone) A2 · Mijn dag
- meenemen to take along A2 · Mijn dag
- boodschappen doen to do the groceries A2 · Mijn dag
- koken to cook A2 · Mijn dag
- afwassen to do the dishes A2 · Mijn dag
- naar bed gaan to go to bed A2 · Mijn dag
- meestal usually A2 · Mijn dag
- altijd always A2 · Mijn dag
- nooit never A2 · Mijn dag
- soms sometimes A2 · Mijn dag
- eerst first A2 · Mijn dag
- daarna after that A2 · Mijn dag
- vorige week last week A2 · Wat heb je gedaan?
- vorig jaar last year A2 · Wat heb je gedaan?
- al already A2 · Wat heb je gedaan?
- nog niet not yet A2 · Wat heb je gedaan?
- net just A2 · Wat heb je gedaan?
- ooit ever A2 · Wat heb je gedaan?
- gewerkt worked A2 · Wat heb je gedaan?
- gegeten eaten A2 · Wat heb je gedaan?
- gedronken drunk A2 · Wat heb je gedaan?
- gezien seen A2 · Wat heb je gedaan?
- gegaan gone A2 · Wat heb je gedaan?
- gekomen come (participle) A2 · Wat heb je gedaan?
- geweest been A2 · Wat heb je gedaan?
- gehad had A2 · Wat heb je gedaan?
- gedaan done A2 · Wat heb je gedaan?
- gekocht bought A2 · Wat heb je gedaan?
- gelezen read (participle) A2 · Wat heb je gedaan?
- geschreven written A2 · Wat heb je gedaan?
- vroeger in the past, used to A2 · Vroeger
- toen then, at that time A2 · Vroeger
- was was A2 · Vroeger
- waren were A2 · Vroeger
- had had A2 · Vroeger
- ging went A2 · Vroeger
- kwam came A2 · Vroeger
- zag saw A2 · Vroeger
- at ate A2 · Vroeger
- dronk drank A2 · Vroeger
- woonde lived A2 · Vroeger
- werkte worked A2 · Vroeger
- speelde played A2 · Vroeger
- deed did A2 · Vroeger
- het verhaal the story A2 · Vroeger
- de jeugd the youth, childhood A2 · Vroeger
- kopen to buy A2 · Winkelen
- betalen to pay A2 · Winkelen
- kosten to cost A2 · Winkelen
- de prijs the price A2 · Winkelen
- de korting the discount A2 · Winkelen
- de maat the size A2 · Winkelen
- passen to try on, to fit A2 · Winkelen
- de kassa the checkout A2 · Winkelen
- pinnen to pay by card A2 · Winkelen
- contant cash A2 · Winkelen
- de broek the trousers A2 · Winkelen
- het shirt the T-shirt A2 · Winkelen
- de jas the coat A2 · Winkelen
- de schoenen the shoes A2 · Winkelen
- de jurk the dress A2 · Winkelen
- de tas the bag A2 · Winkelen
- te groot too big A2 · Winkelen
- te klein too small A2 · Winkelen
- het weer the weather A2 · Het weer
- de zon the sun A2 · Het weer
- de regen the rain A2 · Het weer
- de wind the wind A2 · Het weer
- de sneeuw the snow A2 · Het weer
- de wolk the cloud A2 · Het weer
- regenen to rain A2 · Het weer
- waaien to blow (wind) A2 · Het weer
- warm warm A2 · Het weer
- koud cold A2 · Het weer
- nat wet A2 · Het weer
- droog dry A2 · Het weer
- bewolkt cloudy A2 · Het weer
- de lente spring A2 · Het weer
- de zomer summer A2 · Het weer
- de herfst autumn A2 · Het weer
- de winter winter A2 · Het weer
- de paraplu the umbrella A2 · Het weer
- het hoofd the head A2 · Bij de dokter
- de buik the belly A2 · Bij de dokter
- de keel the throat A2 · Bij de dokter
- de rug the back A2 · Bij de dokter
- de arm the arm A2 · Bij de dokter
- het been the leg A2 · Bij de dokter
- de voet the foot A2 · Bij de dokter
- de hand the hand A2 · Bij de dokter
- het oog the eye A2 · Bij de dokter
- de pijn the pain A2 · Bij de dokter
- ziek ill A2 · Bij de dokter
- gezond healthy A2 · Bij de dokter
- de huisarts the GP A2 · Bij de dokter
- de apotheek the pharmacy A2 · Bij de dokter
- het medicijn the medicine A2 · Bij de dokter
- de afspraak the appointment A2 · Bij de dokter
- beter worden to get better A2 · Bij de dokter
- het huis the house A2 · Thuis
- het appartement the apartment A2 · Thuis
- de kamer the room A2 · Thuis
- de woonkamer the living room A2 · Thuis
- de slaapkamer the bedroom A2 · Thuis
- de keuken the kitchen A2 · Thuis
- de badkamer the bathroom A2 · Thuis
- de wc the toilet A2 · Thuis
- de tuin the garden A2 · Thuis
- de trap the stairs A2 · Thuis
- de muur the wall A2 · Thuis
- de vloer the floor A2 · Thuis
- de kast the cupboard A2 · Thuis
- de koelkast the fridge A2 · Thuis
- het bed the bed A2 · Thuis
- het raam the window A2 · Thuis
- de deur the door A2 · Thuis
- groter bigger A2 · Vergelijken
- kleiner smaller A2 · Vergelijken
- beter better A2 · Vergelijken
- best best A2 · Vergelijken
- meer more A2 · Vergelijken
- minder less A2 · Vergelijken
- duurder more expensive A2 · Vergelijken
- liever rather, prefer A2 · Vergelijken
- dan than A2 · Vergelijken
- net zo … als as … as A2 · Vergelijken
- ouder older A2 · Vergelijken
- jonger younger A2 · Vergelijken
- sneller faster A2 · Vergelijken
- langzamer slower A2 · Vergelijken
- dat that B1 · Omdat, dat, als
- als if, when B1 · Omdat, dat, als
- terwijl while B1 · Omdat, dat, als
- hoewel although B1 · Omdat, dat, als
- voordat before B1 · Omdat, dat, als
- nadat after B1 · Omdat, dat, als
- zodat so that B1 · Omdat, dat, als
- of whether, or B1 · Omdat, dat, als
- totdat until B1 · Omdat, dat, als
- sinds since B1 · Omdat, dat, als
- zodra as soon as B1 · Omdat, dat, als
- want because (no inversion) B1 · Want, maar, dus
- maar but B1 · Want, maar, dus
- dus so B1 · Want, maar, dus
- daarom that's why B1 · Want, maar, dus
- toch still, anyway B1 · Want, maar, dus
- bovendien moreover B1 · Want, maar, dus
- anders otherwise B1 · Want, maar, dus
- eigenlijk actually B1 · Want, maar, dus
- namelijk namely, you see B1 · Want, maar, dus
- ook also, too B1 · Want, maar, dus
- niet alleen … maar ook not only … but also B1 · Want, maar, dus
- de baan the job B1 · Werk en studie
- het werk the work B1 · Werk en studie
- de collega the colleague B1 · Werk en studie
- de baas the boss B1 · Werk en studie
- de werkgever the employer B1 · Werk en studie
- de werknemer the employee B1 · Werk en studie
- het salaris the salary B1 · Werk en studie
- solliciteren to apply (for a job) B1 · Werk en studie
- de sollicitatie the application B1 · Werk en studie
- het sollicitatiegesprek the job interview B1 · Werk en studie
- het cv the CV B1 · Werk en studie
- de vergadering the meeting B1 · Werk en studie
- het overleg the consultation, the meeting B1 · Werk en studie
- de opleiding the education, the training B1 · Werk en studie
- de stage the internship B1 · Werk en studie
- ervaring experience B1 · Werk en studie
- fulltime full-time B1 · Werk en studie
- parttime part-time B1 · Werk en studie
- ontslaan to fire B1 · Werk en studie
- die who, which, that (de-words) B1 · Die en dat
- waarmee with which B1 · Die en dat
- waarover about which B1 · Die en dat
- waarop on which B1 · Die en dat
- met wie with whom B1 · Die en dat
- iemand someone B1 · Die en dat
- iets something B1 · Die en dat
- niets nothing B1 · Die en dat
- alles everything B1 · Die en dat
- volgend jaar next year B1 · De toekomst
- volgende week next week B1 · De toekomst
- straks later, soon B1 · De toekomst
- binnenkort soon B1 · De toekomst
- later later B1 · De toekomst
- zullen shall, will B1 · De toekomst
- van plan zijn to plan to B1 · De toekomst
- hopen to hope B1 · De toekomst
- verwachten to expect B1 · De toekomst
- misschien maybe B1 · De toekomst
- waarschijnlijk probably B1 · De toekomst
- zeker certainly B1 · De toekomst
- er there, of them, it B1 · Het woordje "er"
- eraan about it, of it B1 · Het woordje "er"
- ervan of it, about it B1 · Het woordje "er"
- ermee with it B1 · Het woordje "er"
- erover about it B1 · Het woordje "er"
- erop on it B1 · Het woordje "er"
- erin in it B1 · Het woordje "er"
- erbij with it, included B1 · Het woordje "er"
- denken aan to think about B1 · Het woordje "er"
- houden van to love, to like B1 · Het woordje "er"
- praten over to talk about B1 · Het woordje "er"
- de mening the opinion B1 · Mijn mening
- vinden to find, to think (opinion) B1 · Mijn mening
- denken to think B1 · Mijn mening
- volgens mij in my opinion B1 · Mijn mening
- het eens zijn to agree B1 · Mijn mening
- gelijk hebben to be right B1 · Mijn mening
- het idee the idea B1 · Mijn mening
- het voordeel the advantage B1 · Mijn mening
- het nadeel the disadvantage B1 · Mijn mening
- belangrijk important B1 · Mijn mening
- eerlijk honest, fair B1 · Mijn mening
- natuurlijk of course, natural B1 · Mijn mening
- inderdaad indeed B1 · Mijn mening
- juist exactly, correct B1 · Mijn mening
- de reis the trip B1 · Op reis
- reizen to travel B1 · Op reis
- het openbaar vervoer public transport B1 · Op reis
- de trein the train B1 · Op reis
- het spoor the track, the platform B1 · Op reis
- het perron the platform B1 · Op reis
- de vertraging the delay B1 · Op reis
- overstappen to change (trains) B1 · Op reis
- inchecken to check in B1 · Op reis
- uitchecken to check out B1 · Op reis
- het kaartje the ticket B1 · Op reis
- de koffer the suitcase B1 · Op reis
- het vliegveld the airport B1 · Op reis
- de vlucht the flight B1 · Op reis
- het hotel the hotel B1 · Op reis
- boeken to book B1 · Op reis
- de vakantie the holiday B1 · Op reis
- het buitenland abroad B1 · Op reis
- worden to become, to be (passive) B2 · De lijdende vorm
- door by (agent) B2 · De lijdende vorm
- bouwen to build B2 · De lijdende vorm
Showing the first 400. Search to narrow it down.